Lid 1.
Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
a. de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat.
b. de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is.
Lid 2.
Geen voorziening wordt toegekend:
a. indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;
b. indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Stede Broec;
c. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt;
d. Voor zover het een aanvraag betreft voor een voorziening die al eerder in het kader van enig wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en waarvan de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Van toekenning kan wel sprake zijn als de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of als belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten.
e. voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;
f. voor zover aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd.
Hoofdstuk 7.
Artikel 23.
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Stede Broec 2012