1. De stadsbouwmeester wordt op voorstel van de burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen door de gemeenteraad.
2. De stadsbouwmeester kan ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. De stadsbouwmeester kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
3. Het reglement van orde van de stadsbouwmeester bevat binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures.