**1.** Het bestuursorgaan past de wet toe met betrekking tot de beschikkingen zoals bedoeld in:
a. artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor de uitoefening van het horecabedrijf, voor zover de aanvrager geen rechtspersoon is als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet en voor zover de aanvraag geen betrekking heeft op een dorpshuis in Baarland, Borssele, Driewegen, Ellewoutsdijk, ‘s-Heer Abtskerke, ’s-Heerenhoek, Hoedekenskerke, Kwadendamme, Lewedorp, Nieuwdorp, Nisse, Oudelande of Ovezande.;
b. artikel 7 van de wet juncto artikel 2.28 van de Apv, voor de exploitatie van een horecabedrijf, voor zover de aanvrager geen rechtspersoon is als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet en voor zover de aanvraag geen betrekking heeft op een dorpshuis in Baarland, Borssele, Driewegen, Ellewoutsdijk, ‘s-Heer Abtskerke, ’s-Heerenhoek, Hoedekenskerke, Kwadendamme, Lewedorp, Nieuwdorp, Nisse, Oudelande of Ovezande;
c. artikel 7 van de wet juncto artikel 3.4 van de Apv voor de exploitatie van een sexinrichting of een escortbedrijf;
d. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in die gevallen dat de officier van justitie op basis van artikel 26 van de Wet BIBOB wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen of als naar de mening van het bestuursorgaan sprake is van bijzondere omstandigheden, waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de vergunning mede zou kunnen worden gebruikt om uit strafbare feiten of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te gebruiken of te benutten of strafbare feiten te plegen.
e. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet, en artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van die wet voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd;
**2.** Het bestuursorgaan past eveneens de wet toe met betrekking tot intrekking van de in het eerste lid, onder a en b genoemde vergunningen in die gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 juncto artikel 26 van de wet wijst op de wenselijkheid om een advies te vragen.
**3.** Het bestuursorgaan past eveneens de wet toe met betrekking tot intrekking van de in het eerste lid onder a en b genoemde vergunningen in die gevallen dat er naar zijn mening sprake is van bijzondere omstandigheden waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de vergunning mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Vergunningen
Onderdeel van Beleidsregels uitvoering Wet BIBOB gemeente Borsele 2012