**1..** Behalve in de gevallen omschreven in artikel 2.3.3 wordt door het college de huisvestingsvergunning voorts aan iedere aanvrager verleend, indien de woonruimte overeenkomstig de in de leden 3 en 4 van dit artikel weergegeven procedure gedurende drie maanden vruchteloos is aangeboden aan woningzoekenden die voor die woonruimte in aanmerking komen ingevolge artikel 2.3.3, eerste lid, sub a, b en c, indien het betreft te huur aangeboden woonruimte;
**2..** van vruchteloze aanbieding is alleen sprake wanneer de woonruimte op de voorgeschreven wijze is aangeboden aan woningzoekenden die voldoen aan de eisen van artikel 2.3.3 en - ter beoordeling van het college - vaststaat dat daarmee geen overeenkomst kan worden gesloten voor een huurprijs die, gelet op de waarde van de aangeboden woonruimte in het economische verkeer, redelijk is; Mocht de huurprijs waarvoor de woonruimte is aangeboden en eventueel verhuurd aan een gegadigde die niet voldoet aan de eisen van artikel 2.3.3, lager zijn dan de in de vorige zin bedoelde redelijke huurprijs dan dient tevens - ter beoordeling van het college - vast te staan dat er ook voor die lagere prijs geen gegadigde voor de woonruimte is die wel voldoet aan de in artikel 2.3.3 gestelde eisen;
**3..** de aanbieder moet de woonruimte gedurende de in het vorige lid 1 genoemde termijn tenminste tweemaal door middel van een advertentie over twee kolommen, geplaatst in een plaatselijk verschijnend dag- of huis-aan-huis-blad te huur hebben aangeboden. De termijn tussen deze advertenties dient tenminste 4 en ten hoogste 6 weken te bedragen. De advertenties moeten in ieder geval bevatten:
het adres van de woonruimte;
de gevraagde huurprijs;
de huurprijs die overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet redelijk is;
de mededeling:
dat degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.3.3 en bereid zijn tenminste de hiervoor sub c bedoelde redelijke huurprijs te betalen bij het aanvragen van een huisvestingsvergunning voorrang genieten;
dat de hiervoor bedoelde gegadigden zich - met gebruikmaking van een van gemeentewege beschikbaar te stellen formulier - bij het college moeten melden;
e. indien door een gegadigde die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3.3 een bod is gedaan dat door de aanbieder is geaccepteerd of voor de aanbieder acceptabel is en dat bod lager is dan de hiervoor sub c bedoelde redelijke huurprijs respectievelijk koopprijs, dan dient tevens te worden vermeld dat een dergelijk bod is gedaan en voorts de hoogte van dat bod en dat gegadigden die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.3.3 en bereid zijn tenminste dat lager geboden bedrag te betalen eveneens bij het aanvragen van een huisvestingsvergunning voorrang genieten. De in lid 1 genoemde termijn begint te lopen op de datum van plaatsing van de eerste advertentie;
**4..** indien op de aangeboden woonruimte de Huurprijzenwet niet van toepassing is, dient, voordat de eerste advertentie wordt geplaatst, een rapport van een beëdigd taxateur aan het college te worden overgelegd, waaruit blijkt welke huurprijs respectievelijk welke koopprijs overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet redelijk is;
**5..** Vervalt
**6..** indien er bij de te huur aangeboden woonruimte voor de aanvang van de in lid 1 van dit artikel genoemde termijn - onder voorwaarde van verlening van een huisvestingsvergunning - een huurovereenkomst is gesloten met een gegadigde die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3.3, dan kan de termijn van drie maanden worden verminderd tot één maand, mits:
het college voor de plaatsing van de eerste advertentie het in lid 4 bedoelde taxatierapport - doch alleen indien het betreft woonruimte waarop de Huurprijzenwet niet van toepassing is - en een door partijen getekend exemplaar van de huurakte, hebben ontvangen, en
twee weken na de plaatsing van de eerste advertentie de tweede advertentie wordt geplaatst, en
de beide sub b bedoelde advertenties voldoen aan de in lid 3 gestelde vereisten;
**7..** de voor verlening van een huisvestingsvergunning in lid 1 van dit artikel bedoelde ontheffing van het bepaalde in artikel 2.3.3 heeft een geldigheidsduur van één jaar, te rekenen vanaf de datum van de verlening van de ontheffing;
**8..** voor huurwoningen die in eigendom en/of beheer zijn van Woonstichting Triada Wonen geldt in afwijking van het vermelde in lid 1 tot en met 7:
de vrijkomende huurwoning moet op de voor deze categorie woningen gebruikelijke manier zijn aangeboden;
indien zich geen voor de woning passende woningzoekende meldt, wordt in de 2e en eventueel de 3e week de woning in een breder verband aangeboden, waarbij de advertentie in ieder geval bevat:
het adres van de woonruimte;
de gevraagde huurprijs;
de mededeling dat woningzoekenden die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.3.3 en de passendheidsnormen als bedoeld in paragraaf 2.5 bij het aanvragen van een huisvestings-vergunning voorrang genieten;
indien een week na het verschijnen van de 3e advertentie, zich geen gegadigden die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.3.3 en aan de passendheidsnorm als bedoeld in artikel 2.5.1 hebben gemeld, kan de woning aan een gegadigde die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3.3 worden verhuurd.
Hoofdstuk
Artikel 2.3.4
Vruchteloze aanbieding
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte