Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.7.2

Voordracht

Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte

1.. Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en 21 van de wet kan het college aan de eigenaar van een ter beschikking gekomen woonruimte die behoort tot de in artikel 2.7.1, eerste lid, aangewezen categorie, een voordracht tot verhuring van de woonruimte aan een door het college aangegeven woningzoekende doen; 2.. voor plaatsing op de in het vorige lid bedoelde voordracht komen in aanmerking de woning-zoekenden met een hoge mate van urgentie, als bedoeld in artikel 2.6.2, lid 1; 3.. binnen 1 week, nadat de eigenaar het ter beschikking komen van de woonruimte heeft gemeld of anderszins is gebleken dat de woonruimte ter beschikking is gekomen, zendt het college een voordracht van ten hoogste 5 woningzoekenden of berichten zij aan de eigenaar dat geen voordracht zal worden gedaan; binnen 1 week na ontvangst van de voordracht dient de eigenaar de uit deze voordracht geselecteerde woningzoekende(n) te benaderen en schriftelijk te berichten of met (één van) de voorgedragen woningzoekende(n) een huurovereenkomst afgesloten zal worden. Indien de eigenaar een voorgedragen woningzoekende weigert, dient hij de reden daarvan aan het college te berichten. Indien de voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte weigert (weigeren), dient (dienen) hij (zij) de reden daarvan schriftelijk te berichten aan de eigenaar die het college daarvan in kennis stelt; 4.. indien de voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte weigert (weigeren) of de eigenaar de voorgedragen woningzoekende(n) om naar het oordeel van het college gegronde redenen weigert, kan een tweede voordracht worden gedaan binnen 1 week nadat het college van de weigering in kennis zijn gesteld; 5.. voorgedragen woningzoekenden worden geacht geweigerd te hebben, indien zij niet binnen 4 werkdagen, nadat zij van de voordracht in kennis zijn gesteld, aan de eigenaar hebben laten weten dat zij de aangeboden woonruimte accepteren; 6.. indien de eigenaar niet binnen de gestelde termijn een bericht, als bedoeld in lid 3, sub b, heeft gezonden of als hij de voorgedragen woningzoekende(n) zonder naar het oordeel van het college gegronde reden weigert, kan het college overeenkomstig hoofdstuk IV van de wet tot vordering van de woonruimte overgaan; 7.. de per eigenaar overeenkomstig artikel 2.7.1 gemelde woonruimten worden genoteerd in een register, waarvan het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar. In dit register wordt door de eigenaar aangetekend voor welke woonruimten met de voorgedragen woningzoekende(n) een huurcontract wordt aangegaan, alsmede verdere gegevens over huurprijzen en inkomens. Het college en de door hen aangewezen personen hebben te allen tijde inzage in dit register.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel