Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen in gemeente Epe

Het innemen van de standplaats wordt beëindigd, nadat de termijn waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken, c.q. de vergunning niet wordt verlengd; indien de vergunninghouder in strijd handelt met hetgeen in deze beleidsregels is verwoord en/of de voorschriften van de standplaatsvergunning, kan het college, met inachtneming van hetgeen hieromtrent bepaald is in de Algemene wet bestuursrecht, de vergunning intrekken; intrekken van de vergunning is ook mogelijk, indien onregelmatig of langere tijd achtereen, anders dan door overmacht, geen standplaats is ingenomen (waarbij een tijdsduur van minder dan de helft van de tijd waarvoor de vergunning is verleend als maatstaf wordt gehanteerd), tenzij de vergunning is afgegeven ten behoeve van een tijdelijke plaats zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, en de in de vergunning genoemde periode is verlopen; de vergunninghouder kan te allen tijde het innemen van een standplaats beëindigen, door dit schriftelijk aan het college te melden; de standplaatsvergunning vervalt bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij de rechthebbende onder algemene titel binnen drie maanden aangeeft dat de standplaats-vergunning dient te worden overgeschreven op diens naam; overigens mits voldaan wordt aan de gebruikelijke eisen die aan een vergunninghouder gesteld worden; overigens kan de vergunning worden ingetrokken in het belang van de openbare orde, de vrijheid en veiligheid van het verkeer en het beperken van overlast, zulks ter beoordeling van het college, en met inachtneming van hetgeen hieromtrent is bepaald in de Algemene wet bestuursrecht. Overige bepalingen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel