Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › Paragraaf 1

Artikel 3a

Instelling van kamers

Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften

1.. De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2.. De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3.. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten: een voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen; ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden. 4.. De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in dit tweede lid onder c, sub c2, een eerste en een tweede plaatsvervanger aan. Indien geen plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzittervan de commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan. 5.. De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden. 6.. Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel