Deze beleidsregel verstaat onder:
aanvraag: de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e. van de Wabo jo. artikel 2:12 van de APV (uitweg);
agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief een bedrijf dat aan het buitengebied is gerelateerd;
agrarisch materieel: voertuigen en aanhangers die uitsluitend of in hoofdzaak worden gebruikt voor de uitoefening van een agrarische activiteit;
bedrijfsterrein: een gebied dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het vestigen van bedrijven dan wel het terrein van één bedrijf en de daaraan aansluitende weg, als regelmatig vrachtverkeer van en naar dat terrein plaatsvindt;
college: het college van burgemeester en wethouders;
uitweg: het hebben van zodanige voorzieningen op en nabij de grens tussen eigen terrein en de weg dat het mogelijk is van en naar de weg te gaan als fietser, bromfietser, bestuurder van een motorvoertuig, ruiter, geleider van rij- of trekdieren of vee dan wel als bestuurder van een bespannen of onbespannen wagen;
uitweg maken naar de weg: het treffen van zodanige voorzieningen op eigen terrein zodat het mogelijk wordt om vanaf dat terrein op een weg uit te wegen;
van de weg gebruik maken voor het hebben van een uitweg: het treffen van zodanige voorzieningen aan een weg zodat het mogelijk wordt om vanaf eigen terrein op die weg uit te wegen;
voortuin: het deel van het eigen terrein gelegen voor de voorgevel;
woning: een complex van ruimten inclusief aan- en uitbouwen, uitsluitend bedoeld voor de vestiging van één afzonderlijk huishouden;
woonperceel: een perceel, waarop een woning aanwezig is, in welke woning tevens een bedrijf of praktijk aan huis kan worden uitgeoefend;
APV: de geldende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Overbetuwe;
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.