Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Breedte van een uitweg

Onderdeel van Beleidsregel uitwegen gemeente Overbetuwe 2012

De breedte van een uitweg bij een woonperceel bedraagt minimaal drie en maximaal vier meter. Als twee uitwegen bij één of meer woonpercelen zo dicht bij elkaar liggen dat bij de uitvoering de opgaande trottoirband en de neergaande band tegen elkaar aan komen te liggen, worden deze twee uitwegen uitgevoerd als één uitweg. De breedte van deze uitweg bedraagt in dat geval maximaal zeven meter. De breedte van een uitweg voor een agrarisch bedrijf en/ of agrarisch materieel bedraagt maximaal vijf meter. De uitweg moet voldoende breed kunnen worden aangelegd om schade aan verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen. De breedte van een uitweg op een bedrijfsterrein bedraagt maximaal tien meter. De uitweg moet voldoende breed kunnen worden aangelegd om schade aan verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, kan het college vergunning verlenen voor een bredere uitweg, als naar het oordeel van de het college de aanvrager de noodzaak hiervoor schriftelijk heeft aangetoond.

Rechtspraak bij dit artikel