In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;
bootliedenorganisatie: door het college erkende organisatie van bootlieden die activiteiten verricht ter waarborging van de vakbekwaamheid van bootlieden en zorgdraagt voor het vereiste materieel;
bootman: degene die in de uitoefening van zijn beroep een zeeschip vast- of losmaakt;
combinatietankschip: zeeschip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren;
communicatievaren: tegen vergoeding vervoeren van personen van en naar zeeschepen;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam;
exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;
gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code, de (International) Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de (International) Code for the Construction and Equipment of ships carrying Liquefied Gasses in Bulk van de Internationale Maritieme Organisatie of het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN), met uitzondering van eetbare oliën;
haven: wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart openstaan, met uitzondering van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg;
havenmeester: de havenmeester van Schiedam;
historisch motorschip: een over een functionerende motor en stuurinrichting beschikkend historisch schip, voor 1950 gebouwd, en waarmee oorspronkelijk op de Nederlandse wateren enig bedrijf is uitgeoefend, waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven en dat ten tijde van het bedrijfsmatig gebruik reeds was voorzien van een motor teneinde in hoofdzaak in de voortstuwing te voorzien, of een replica daarvan;
historisch schip: historisch schip, in de zin van een geldend bestemmingsplan, dat voor 1950 is gebouwd, alsmede een individuele replica zo’n schip, indien zij hoofdzakelijk met oorspronkelijke materialen is gebouwd en als zodanig door de fabrikant is aangemerkt;
historisch zeilschip: een zeilend historisch schip, voor 1950 gebouwd, en waarmee oorspronkelijk op de Nederlandse wateren enig bedrijf is uitgeoefend en waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven, of een replica daarvan;
jachthaven: de door het college aangewezen gedeelten van de haven bestemd voor het gebruik door pleziervaartuigen;
kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert;
ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen;
ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen;
personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van personen;
pleziervaartuig: een schip dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel bestemd of gebruikt wordt voor recreatie (niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling), sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, waaronder begrepen vlotten, zeilplanken en soortgelijke drijvende voorwerpen;
scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad of stalen banden;
schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;
schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert;
sjorbedrijf: bedrijf dat zich beroepsmatig bezighoudt met sjorren en dat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
sjorder: degene die containers aan boord van zeeschepen sjort;
sjorren: zeevast zetten en losmaken van containers aan boord van een zeeschip;
spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust;
tankschip: zee- of binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten;
toestemming: vergunning, aanwijzing, erkenning, ontheffing of vrijstelling;
woonconcentratie: een groep van zich bij elkaar op het land bevindende woningen;
woonschip: een schip, uitsluitend of in hoofdzaak als woning gebezigd of tot woning bestemd;
zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document - afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.