Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Verbod tot nemen van ligplaats

Onderdeel van Havenbeheersverordening Schiedam 2010

Het is verboden met een schip ligplaats te nemen of zich met een schip op een ligplaats te bevinden, tenzij dit geschiedt: in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 3.1; met een pleziervaartuig in een jachthaven; met een historisch zeilschip op een door het college aangewezen ligplaats voor historische schepen in de Lange Haven of in de Korte Haven; met een historisch motorschip in een door het college daarvoor aangewezen haven; bij een aanlegsteiger voor passanten met een pleziervaartuig; met een pleziervaartuig, met een vergunning op grond van deze verordening voor het hebben van een vaste ligplaats in de gemeente Schiedam, mits het pleziervaartuig niet langer is dan de breedte van het aan de ligplaats gelegen terrein, met een maximale lengte van 10 meter; met een pleziervaartuig gedurende een evenement waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; in overeenstemming met een geldend bestemmingsplan; of met instemming van de huurder, erfpachter of eigenaar van een aan de ligplaats gelegen terrein. Het college kan, in afwijking van het eerste lid, het nemen of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van orde, beheer, onderhoud, veiligheid, redelijke eisen van welstand of milieu. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod vrijstelling of ontheffing verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel