Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 23

Het verslag

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011

1.. Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de commissiegriffier. 2.. Het verslag moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben. Afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen der aanwezigen die het woord voerden; een samenvatting van het advies aan de raad; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 21 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3.. Het ontwerpverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk binnen 10 werkdagen, per email aan de leden en gelijktijdig met de schriftelijke oproep voor de volgende vergadering toegezonden. Het ontwerpverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 4.. Een afschrift van het verslag wordt gezonden naar de insprekers. 5.. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan de raadscommissie te doen indien het verslag onjuistheden bevat, of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór de vaststelling van het verslag bij de commissiegriffier te worden ingediend. 6.. Aan het eind van de vergadering wordt, zo mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld. 7.. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel