**1..** De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een buitengewoon lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 5, lid 3 en 4, gestelde eisen.
**3..** De raad kan een buitengewoon lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het buitengewone lid is benoemd.
**4..** De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
**5..** De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**6..** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 5en 6.
**7..** Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011