Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Persoonlijk budget

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders 2014

De wethouder kan gedurende het wethouderschap beschikken over een persoonlijk budget van € 5.000. Bij aanvang van de benoemingsperiode wordt voor de gehele periode het budget toegekend. Voor een volgende zittingsperiode kan dit bedrag door het college geïndexeerd worden conform het dan van toepassing zijnde prijsindexcijfer gezinshuishoudingen van het CBS. Als de wethouder in enig jaar niet volledig beschikt over het hem ter beschikking staande budget, mag over het restant beschikt worden in een volgend jaar. Als het wethouderschap tussentijds eindigt, wordt het budget herrekend op basis van de daadwerkelijke benoemingsperiode van de wethouder. Als bij het einde van de daadwerkelijke benoemingsperiode door de wethouder meer is besteed dan naar evenredigheid van de benoemingsduur hem ter beschikking zou staan, dient hij het meerdere aan de gemeente te vergoeden tenzij het college heeft besloten dat de meerkosten voor rekening van de gemeente komen. Als bij het eind van de daadwerkelijke benoemingsduur door de wethouder minder is besteed dan het hem ter beschikking staande budget dan wel het budget dat hem naar evenredigheid van de benoemingsduur ter beschikking zou staan, vervalt het restant aan de gemeente. Uitgaven ten laste van dit budget mogen slechts worden gedaan voor zover ze specifiek zijn gemaakt voor het werk als wethouder voor zover die de kwaliteit van dat werk verbeteren. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, kunnen door de wethouder gedeclareerd worden uit zijn persoonlijk budget. Noodzakelijke reis- en verblijfskosten die verband houden met congres, cursus, seminar en symposium voor zover gehouden buiten de gemeente, kunnen ten laste van dit budget gedeclareerd worden tot het niveau zoals gesteld in artikel 4. De wethouder kan kosten met betrekking tot het gebruik van een computer/laptop/tablet, en/of aanschaf/ reparatie van de computer/laptop/tablet declareren uit het persoonlijk budget. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Vaste abonnementskosten van internet, ISDN of kabel zijn, evenals gesprekskosten, uitgesloten van declaratie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel