De wethouder kan gedurende het wethouderschap beschikken over een
persoonlijk budget van € 5.000. Bij aanvang van de benoemingsperiode
wordt voor de gehele periode het budget toegekend. Voor een volgende
zittingsperiode kan dit bedrag door het college geïndexeerd worden
conform het dan van toepassing zijnde prijsindexcijfer
gezinshuishoudingen van het CBS. Als de wethouder in enig jaar niet
volledig beschikt over het hem ter beschikking staande budget, mag
over het restant beschikt worden in een volgend jaar. Als het
wethouderschap tussentijds eindigt, wordt het budget herrekend op
basis van de daadwerkelijke benoemingsperiode van de wethouder. Als
bij het einde van de daadwerkelijke benoemingsperiode door de
wethouder meer is besteed dan naar evenredigheid van de
benoemingsduur hem ter beschikking zou staan, dient hij het meerdere
aan de gemeente te vergoeden tenzij het college heeft besloten dat
de meerkosten voor rekening van de gemeente komen. Als bij het eind
van de daadwerkelijke benoemingsduur door de wethouder minder is
besteed dan het hem ter beschikking staande budget dan wel het
budget dat hem naar evenredigheid van de benoemingsduur ter
beschikking zou staan, vervalt het restant aan de gemeente. Uitgaven
ten laste van dit budget mogen slechts worden gedaan voor zover ze
specifiek zijn gemaakt voor het werk als wethouder voor zover die de
kwaliteit van dat werk verbeteren.
De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
gemeente.
De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
verzorgd, kunnen door de wethouder gedeclareerd worden uit zijn
persoonlijk budget. Noodzakelijke reis- en verblijfskosten die
verband houden met congres, cursus, seminar en symposium voor zover
gehouden buiten de gemeente, kunnen ten laste van dit budget
gedeclareerd worden tot het niveau zoals gesteld in artikel 4.
De wethouder kan kosten met betrekking tot het gebruik van een
computer/laptop/tablet, en/of aanschaf/ reparatie van de
computer/laptop/tablet declareren uit het persoonlijk budget. De
wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
gemeente. Vaste abonnementskosten van internet, ISDN of kabel zijn,
evenals gesprekskosten, uitgesloten van declaratie.