Degene aan wie de bijdrage is toegekend dient voor een periode
van minimaal 10 jaar het genoemde landschapselement in stand te
houden en te onderhouden tot genoegen van de gemeente.
Degene aan wie de bijdrage is toegekend dient bij de overdracht
van de grond waarop zich het landschapselement of een gedeelte
daarvan bevindt, de verplichtingen uit deze verordening jegens
de gemeente over te dragen aan de nieuwe eigenaar. Hij bedingt
dat deze verplichtingen ook door eventuele verdere
rechtsopvolgers worden overgenomen.
Het is degene aan wie de bijdrage is toegekend niet toegestaan
om handelingen te verrichten of door derden te laten verrichten
die kunnen leiden tot aantasting van het karakter en de
structuur van het landschapselement.
Schadelijke handelingen kunnen zijn:
Het verspreiden van mest, groei- en stoorstoffen;
Het weiden van vee in het geheel of gedeeltelijk met
houtgewas begroeide elementen;
Het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas anders
dan bij wijze van verzorging van de aanwezige
houtopstand;
Het opslaan, storten of bergen van al dan niet
afgedankte voorwerpen, stoffen of producten in het
landschapselement, zoals puin, afval en dergelijke;
Het plaatsen en aanbrengen van bouwwerken en
voorwerpen;
Het stoken van vuur in het landschapselement
Het bevestigen van rasterdraden aan bomen en
struiken.
Aan het verlenen van de bijdrage kunnen door het college
burgemeester en wethouders nog nadere voorwaarden worden
verbonden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Voorwaarden en voorschriften die aan de bijdrage worden verbonden.
Onderdeel van Wijzigingsverordening rechtmatigheid gemeente Overbetuwe 2007