In deze verordening wordt verstaan onder:
Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader omschreven worden hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk en Bijstand, de Wet Investeren in Jongeren en de Algemene wet bestuursrecht.
de wetten: de Wet Werk en Bijstand (Hierna WWB - wet van 9 oktober 2003, Stb. 2003, 375) en de Wet Investeren in Jongeren;
norm: de bedragen als bedoeld in artikel 20 tot en met 24, van de WWB en de artikelen 26 tot en met 29 van de WIJ;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, sub c, van de WWB;
de gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28 eerste lid onderdeel d WIJ en artikel 21 onderdeel c WWB;
uitkering: de bijstand op grond van de WWB, de uitkering op grond van de IOAW en IOAZ en de inkomensvoorziening als bedoeld in de WIJ;
belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
hoofdverblijf: de woning waar belanghebbende werkelijk verblijft;
beroepsmatige verzorging: verzorging of verpleging in een inrichting;
het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht
Hoofdstuk 1
Artikel 1
- Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen op en verlagingen van de norm WWB, WIJ 2010