Na toepassing van de hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening:
- - bedraagt de uitkering voor de alleenstaande minimaal 50% van de gehuwdennorm, tenzij sprake is van een verlaging op grond van de afstemmingsverordening, en maximaal 70% van de gehuwdennorm;
- - bedraagt de uitkering voor de alleenstaande ouder minimaal 70% van de gehuwdennorm, tenzij sprake is van een verlaging op grond van de afstemmingsverordening, en maximaal 90% van de gehuwdennorm;
- - bedraagt de uitkering voor gehuwden minimaal 80% van de gehuwdennorm, tenzij sprake is van een verlaging op grond van de afstemmingsverordening, en maximaal 100% van de gehuwdennorm.