Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heiloo 2014

1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (Pgb) vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2. Verstrekking als Pgb vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een Pgb; Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin de aanvrager in staat van faillissement verkeert, handelingsonbekwaam is, onder budgetbeheer valt of onder (financiële) bewindvoering, bekend is met verslavingsproblematiek, of met problematiek van psychosociale aard. kan worden aangetoond dat de aanvrager eerder misbruik heeft gemaakt van een Pgb; kan worden aangetoond dat de aanvrager eerder een Pgb onverantwoord heeft gebruikt; eerder is gebleken dat met een pgb adequate compensatie niet wordt gerealiseerd. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, kan aan een gemachtigde van de aanvrager een pgb verstrekt worden, waarbij de gemachtigde optreedt als budgethouder. De budgethouder dient een ander persoon te zijn dan de zorgverlener. 4. Het Pgb moet altijd door de budgethouder aan het college van burgemeester en wethouders worden verantwoord. 5. Ten aanzien van de verantwoording van een Pgb gelden de volgende regels: De budgethouder dient de volgende stukken te bewaren en op verzoek te overleggen: De nota / factuur van de aangeschafte voorziening; Een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; Of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen.

Rechtspraak bij dit artikel