1. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel 6.
2. De vergunninghouder kan zich tijdens de vakantie zoals genoemd in artikel 7, eerste lid op zijn standplaats laten vervangen door een met name genoemd persoon.
3. Het college kan op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder in geval van bijzondere omstandigheden hem toestemming verlenen zich op zijn standplaats voor langere tijd te laten vervangen door een met name genoemd persoon. De toestemming geschiedt telkens per periode van drie maanden, met een maximum van twee jaar.