Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 8.6

Intrekking van een besluit tot verlening van een voorziening

Onderdeel van Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2010

1.. Een besluit tot verlening van een voorziening wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken indien: de omstandigheden van de aanvrager zodanig gewijzigd zijn, dat de noodzaak als omschreven in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel a, is komen te vervallen; de omstandigheden van de aanvrager zodanig gewijzigd zijn, dat hij in aanmerking zou moeten komen voor een andere voorziening, mede gelet op het bepaalde in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c; 2.. Een besluit tot verlening van een voorziening in natura of een pgb wordt ingetrokken indien de aanvrager niet langer zijn hoofdverblijf in de gemeente Barendrecht heeft; 3.. Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken, indien binnen zes maanden na verlening van het pgb blijkt dat het niet is gebruikt voor de voorziening(en) waarvoor het is verleend. 4.. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien een pgb is verleend voor woningaanpassing en het pgb hoger is dan een door het college in het Besluit vastgesteld bedrag. 5.. Een besluit tot verlening van een voorziening in natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken als blijkt dat de aanvrager de eigen bijdrage niet heeft voldaan. 6.. Een besluit tot verlening van een voorziening of een PGB kan worden ingetrokken als blijkt dat de voorziening is verstrekt op grond van valselijk gegevens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel