Het college behandelt het verzoek van de vrijwillige inburgeraar om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze:
Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma:
naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en
wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan het Keurmerk Inburgeren
Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening:
naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en
wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan het Keurmerk Inburgeren
Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is opgenomen, heeft gesloten, sluit de vrijwillige inburgeraar een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Verordening Wet inburgering