De houder van kinderopvang maakt jaarlijks een analyse van de
ouderpopulatie. Op basis hiervan formuleert de houder jaarlijks
per locatie specifiek ouderbeleid, waarbij hij beschrijft op
welke wijze waarop hij minimaal het gestelde in de leden 2 tot
en met 4 van dit artikel uitvoert.
Ouders worden door de houder van de instelling actief betrokken
bij de activiteiten van de voorschoolse educatie.
De houder biedt concrete activiteiten aan om ouders te
stimuleren thuis met hun kind activiteiten van voorschoolse
educatie te doen.
De houder zorgt ervoor dat er coördinatie plaatsvindt op het
geheel aan activiteiten met als resultaat dat ouders betrokken
zijn bij de voorschoolse activiteiten.
De houder informeert de ouders voorafgaand aan de plaatsing van
hun kind aantoonbaar over het beleid van eventuele voorschoolse
educatie.
Bij aanmelding van het kind vindt een intakegesprek
plaats, waarbij de ouder(s) wordt (en) bevraagd over kenmerken
van hun kind, over het gezin en over hun wijze van
opvoeden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
Ouderbetrokkenheid en informeren ouders
Onderdeel van VERORDENING INKOOP KINDPLEKKEN EN KWALITEITSEISEN BIJ DE ONTWIKKELING NAAR INTEGRALE KINDCENTRA