Gedragingen van cliënten/uitkeringsgerechtigden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de WWB, artikel 37, eerste lid, sub a, b, d, en e van de IOAW, alsmede artikel 37, eerste lid, sub a, b, d en e van de IOAZ en, voor zover van toepassing, artikel 38 van de Bbz niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
documenten en/of bewijsstukken die naar het oordeel van het burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de inspanningen die cliënten hebben verricht waar het zoeken naar betaald werk betreft.
het niet voor gezien tekenen ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders verstrekken van een plan van aanpak, dat geldt als bijlage bij het besluit tot toekenning, voortzetting van de uitkering, voorzover dit niet in de bijbehorende beschikking is geregeld.
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden in de periode voorafgaande aan de aanvraag van de uitkering dan wel na de datum van aanvraag.
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met de inschakeling in de arbeid.
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, waaronder begrepen arbeidsactivering.
het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar uit ’s rijks kas bekostigd onderwijs te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid van de wet [treedt pas in werking per 1 januari 2013].
Derde categorie:
het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door burgemeester en wethouders aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub b, waaronder begrepen sociale activering, als dit overigens niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het plan van aanpak.
gedragingen die overigens de inschakeling in de arbeid belemmeren.
Het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien haar/hem op grond van artikel 9a een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend.
Het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak, genoemd in artikel 44a van de wet.
Vierde categorie
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid en tevens uitsluitend voor de toepassing van de IOAW of IOAZ, indien het betreft een verwijtbare beëindiging van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 20 IOAW of IOAZ.
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door burgemeester en wethouders aangeboden voorziening als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het plan van aanpak.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12
- Indeling in categorieën
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB/IOAW/IOAZ/Bbz gemeente Beuningen 2013