Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

- Het toepassen van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB/IOAW/IOAZ/Bbz gemeente Beuningen 2013

1.. Als de cliënt/uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van burgemeester en wethouders tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de WWB of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens burgemeester en wethouders zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze Verordening een verlaging toegepast. 2.. Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de cliënt/uitkeringsgerechtigde de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 3.. De verlaging kan niet meer bedragen dan de bijstand waarop cliënt/uitkeringsgerechtigde recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de verlaging betrekking heeft, indien er geen grond voor verlaging zou zijn geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel