Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6

- Ingangsdatum, tijdvak van de verlaging ingeval van het niet verstrekken van inlichtingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB/IOAW/IOAZ/Bbz gemeente Beuningen 2013

De verlaging wordt toegepast met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het toepassen van de verlaging aan de cliënt/uitkeringsgerechtigde is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende uitkering. Indien de verlaging overeenkomstig het eerste lid van dit artikel niet mogelijk is, wordt de verlaging toegepast met terugwerkende kracht door middel van een herzienings- en terugvorderingsbesluit, met dien verstande dat de maatregel niet wordt toegepast op de uitkering die betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de gedraging. Indien verlaging van de uitkering overeenkomstig lid 1 en 2 van dit artikel niet mogelijk is, wordt de verlaging toegepast gedurende de eerstvolgende maand(en) nadat aan cliënt/uitkeringsgerechtigde binnen één jaar na de beëindigingsdatum van de uitkering opnieuw een uitkering is toegekend. In afwijking van lid 1 wordt, ingeval de verwijtbare gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van de door cliënt/uitkeringsgerechtigde ingediende aanvraag om een uitkering, de verlaging toegepast met ingang van de ingangsdatum van de uitkering.

Rechtspraak bij dit artikel