1.Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Dranken Horecawet;
b.de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
3.Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, sofdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.
4.Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in lijst II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11
Artikel 2:48
Hinderlijk gebruik van drank en softdrugs
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Harlingen 2012