1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;
b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
aangewezen plaats;
c.op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
d.In een recreatiegebied in de periode van 15 maart tot en met 30 september zonder dat die hond aangelijnd is.
2.Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt.
3.De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11
Artikel 2:57
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Harlingen 2012