Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening speelautomatenhal Nederweert

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de Wet: de Wet op de Kansspelen; b. Speelautomatenbesluit: Koninklijk Besluit van 23 mei 2000 Staatsblad 2000, 223, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de Wet, zoals gewijzigd op 14 september 2001; c. speelautomaat: een speelautomaat, als bedoeld in artikel 30 van de Wet; d. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van onder anderen speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c van de Wet; e. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en die de speelautomatenhal exploiteert of gaat exploiteren; f. beheerder: degene die, eventueel tezamen met anderen, met het dagelijks toezicht en de onmiddelijke leiding in de speelautomatenhal is belast; f. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijk plaats, waaronder begrepen de weg zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994. h. Algemene wet bestuursrecht: Wet van 4 juni 1992, Staatsblad 1992, 315.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel