1. De Burgemeester kan de vergunning intrekken:
a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. indien de omstandighede of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder e;
c. indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
d. indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroke'n;
e. indien het KEMA-keurcertificaat wordt verloren door de exploitant.
f. In geval van faillissement of onder curatelestelling