1. Een belanghebbende kan binnen de betalingstermijn van 6 weken als bedoeld in artikel 4:87 Awb, een gemotiveerd verzoek indienen, onder overlegging van bewijsstukken, om een betalingsregeling te treffen.
2. Binnen 8 weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, stelt het college de maandelijkse aflossingscapaciteit vast.
3. De door het college vastgestelde aflossingscapaciteit geldt voor belanghebbende als de gedeeltelijke aflossingsverplichting.
4. Het besluit inzake de betalingsregeling vermeldt in ieder geval:
a. de maandelijkse aflossingverplichting;
b. de datum van ingang van de aflossingsverplichting;
c. de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd
waaronder tevens begrepen de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling van derden voor rekening van belanghebbende zijn;
d. de mededeling dat, bij gebreke van tijdige betaling, de vordering in zijn geheel, zonder verdere
vooraankondiging, ineens opeisbaar wordt en dat het college in dat geval niet langer gehouden is aan de vastgestelde aflossingsverplichting ingevolge lid 4 sub a.
5. Het besluit van het college als bedoeld in lid 2 geldt tevens als besluit tot uitstel als bedoeld in artikel 4:94 van de Awb.
6. Aan het uitstel van betaling kunnen in ieder geval de volgende verplichtingen worden verbonden:
a. de verplichting om de ontvangst van inkomsten of vermogen onverwijld te melden;
b. de verplichting om een wijziging van leef- of woonsituatie te melden;
c. de verplichting om bepaalde vermogensbestanddelen te gelde te maken.
7. Een ingediend verzoek om voor een schuldregeling in aanmerking te komen, vormt voor het college geen reden om de beslissing tot oplegging van een vordering op te schorten of uitstel van terugbetaling van de opgelegde vordering te verlenen.
Hoofdstuk II. › Afdeling 3.
Artikel 13.
Betalingsvoorstel en uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en verhaal SZW 2012