1. Indien belanghebbende een inkomen heeft op bijstandsniveau, bedraagt de aflossingsverplichting 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand exclusief vakantietoeslag.
2. Indien de vordering het gevolg is van het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht, bedraagt de aflossingsverplichting 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag. De vakantietoeslag dient belanghebbende ter aflossing aan het college te betalen c.q. wordt door het college geïnd op het moment dat het feitelijk beschikbaar komt voor belanghebbende.
3. De aflossingsverplichting voor belanghebbenden met een inkomen boven bijstandsniveau
bedraagt:
a. Indien de vordering het gevolg is van niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht: 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag vermeerderd met 60% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm. Het vakantiegeld dient belanghebbende maandelijks ter aflossing aan het college te betalen c.q. wordt door het college maandelijks geïnd.
b. In de overige omstandigheden: 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, vermeerderd met 50% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm. Het vakantiegeld dient belanghebbende maandelijks ter aflossing aan het college te betalen c.q. wordt door het college maandelijks geïnd.
4. Een belanghebbende die een WWB-, of IOAW-, of IOAZ-uitkering heeft ontvangen wordt, wat betreft de hoogte van de vast te stellen aflossingsverplichting, gedurende een periode van 18 maanden na beëindiging van de uitkering gelijkgesteld met een WWB-, IOAW- of IOAZ uitkeringsgerechtigde indien de hoogte van het inkomen niet meer bedraagt dan 120% van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm.
5. In geval van beslaglegging door een derde (andere schuldeiser dan het college), kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op 10% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld en (eventueel) langdurigheidstoeslag plus 100% van het meerdere, zijnde de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d Rv.
Hoofdstuk II › Afdeling 3
Artikel 14
Aflossingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal 2009