Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Algemene bepalingen over de voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB en IOAW/IOAZ 2012

Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in dit hoofdstuk, met inachtneming van wat daarover in het beleidskader is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de beoordeling van de noodzakelijkheid en arbeidsrelevantie van een voorziening; de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de duur van voorzieningen; de maximale kosten van een voorziening; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de duur, hoogte, en uitbetaling van een loonkostensubsidie, alsmede de voorwaarden verbonden aan de subsidie; de hoogte en de duur van, en de nadere voorwaarden aangaande, het recht op inkomstenvrijlating; de hoogte en de duur van, en de nadere voorwaarden aangaande, het recht op premies; de hoogte en de duur van, en de nadere voorwaarden aangaande, vergoedingen; het opleggen en incasseren van een eigen bijdrage aan nuggers;

Rechtspraak bij dit artikel