**1..** Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in
artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:
de resultaten van een recent verkennend onderzoek
verricht volgens NEN 5740, bijlage B, uitgave 1999,
waarbij voor een terrein dat als verdacht geldt het
onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de
resultaten van een onderzoek volgens het gecombineerde
protocol Bodemonderzoek milieuvergunningen en BSB (SDU,
uitgave oktober 1993);
de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens
het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994)
of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave
1995), in het geval dat de resultaten van het verkennend
onderzoek uitwijzen dat sprake is van
bodemverontreiniging en voor de beoordeling van de ernst
van deze verontreiniging een nader onderzoek, als
bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU,
uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1
(SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is;
indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat
te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen
asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig
is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als
voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.
**2..** De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld
in artikel 1.2.5, onder e, van de Bijlage bij het Besluit
indieningsvereisten geldt niet indien het bouwen betrekking
heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een
bouwwerk als genoemd in het Besluit bouwwerken. Deze verwijzing
geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit bouwwerken.
**3..** Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk
ontheffing van de plicht tot het indienen van een
onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.5, onder e van de
Bijlage bij het Besluit indieningsvereisten, indien voor de
toepassing van artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare
recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
**4..** Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige
bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te
vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.5
Bodemonderzoek
Onderdeel van Bouwverordening 11e en 12e wijziging gemeente Sittard-Geleen 2007