Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Onderdeel van Bouwverordening 11e en 12e wijziging gemeente Sittard-Geleen 2007

1.. Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 2.. De in het eerste lid genoemde “juiste mate” van ruimte wordt bepaald met behulp van parkeernormen, waarbij het volgende van toepassing is: indien in het vigerende bestemmingplan parkeernormen zijn opgenomen, dienen deze parkeernormen te worden toegepast; indien in het vigerende bestemmingsplan geen parkeernormen zijn opgenomen, dienen de parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernormennota te worden toegepast; de te hanteren parkeernorm is de minimum-parkeernorm voor de betreffende functie en locatie; de parkeernorm is flexibel toepasbaar tot een maximum, in die gevallen waarvoor een maximum parkeernorm is opgenomen; 3.. De in het eerste lid bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien: de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover deze ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen. 4.. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanzienlijke behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien in, aan of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.. Burgemeester en wethouder kunnen ontheffing verlenen van: het bepaalde in het eerste en vierde lid voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, niet zijnde in de openbare ruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; het bepaalde in het tweede lid, indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: een te verwachten meer dan gemiddelde aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel garagebedrijf; het bepaalde in het derde lid, sub b., indien ten behoeve van de bewoners en/of gebruikers en/of bezoekers van een gebouw meer dan 1 gereserveerde parkeerplaatsen voor gehandicapten benodigd zijn, onder de voorwaarde dat een deel van deze gereserveerde parkeerplaatsen, dat aantoonbaar ten minste van gelijke orde grootte is als het aandeel rolstoelgebonden bewoners en/of gebruikers en/of bezoekers van het gebouw, wel conform het bepaalde in het derde lid, sub b. wordt gerealiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel