Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Voorwaarden voor het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening

Onderdeel van Richtlijn krediethypotheek gemeente Barendrecht

Recht op bijstand 1.De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op bijstand voorzover tegeldemaking, bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erg gebonden vermogen redelijkerwijs niet kan worden verland . ( artikel 50, lid 1 WWB) Voorwaarden voor bijstand in de vorm van een geldlening 2. indien belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, recht op algemene bijstand bestaat, heeft de bijstand de vorm van een geldlening: indien de bijstand over een periode van een jaar , te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend , naar verwachting meer bedraagt dan het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37 ,eerste lid WWB ; en voorzover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erg hoger is dan het vermogen , bedoeld in artikel 34, tweede lid , onderdeel d WWB ( artikel 50, lid 2, sub a , en sub b WWB Zekerheidsstelling 3.indien op grond van lid 1 en 2 belanghebbende in de vorm van een geldlening wordt verleend, dient belanghebbende hiertoe zekerheid te geven door het vestigen van een hypotheek of recht van pand. ( Krachtens artikel 48, lid 3 WWB)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel