Recht op bijstand

1.De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op bijstand voorzover tegeldemaking, bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erg gebonden vermogen redelijkerwijs niet kan worden verland . ( artikel 50, lid 1 WWB)

Voorwaarden voor bijstand in de vorm van een geldlening

2. indien belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, recht op algemene bijstand bestaat, heeft de bijstand de vorm van een geldlening:

Zekerheidsstelling

3.indien op grond van lid 1 en 2 belanghebbende in de vorm van een geldlening wordt verleend, dient belanghebbende hiertoe zekerheid te geven door het vestigen van een hypotheek of recht van pand. ( Krachtens artikel 48, lid 3 WWB)