De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod in artikel 1 voor personen die kunnen aantonen recht en belang te hebben bij toegang tot het in artikel 1 bedoelde gebied of een gedeelte daarvan. De burgemeester verleent een ontheffing als bedoeld in het eerste lid slechts indien aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan en voldoende is verzekerd dat door het verlenen van een ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen die tot het vaststellen van deze verordening hebben geleid, waaronder begrepen de belangen van bescherming van de veiligheid en de gezondheid van personen die het gebied betreden of zich daar ophouden. De burgemeester kan aan een ontheffing voorwaarden verbinden. Bij overtreding van de aan een ontheffing verbonden voorwaarden kan de burgemeester de ontheffing intrekken.