**1..** De verleende subsidie wordt alleen gebruikt ter cofinanciering van het onrendabele deel van de investeringen van een woning zoals bedoeld in artikel 6 en 7;
**2..** De subsidieaanvrager brengt gedurende de ontwikkeling en realisatie van het woningbouwproject waarvoor subsidie is ontvangen, tussentijds schriftelijk verslag uit aan het college over de voortgang van het project. In de subsidieverleningsbeschikking wordt hiervoor een termijn opgenomen;
**3..** Indien na de aanvraag c.q. verlening van de subsidie het betreffende woningbouw-project geen doorgang kan vinden, dan dient de subsidieaanvrager het college daarvan per direct schriftelijk op de hoogte te stellen. Op basis hiervan zal het college, in tegenstelling tot artikel 10, worden overgaan tot vaststelling van de subsidie op € 0,-. De subsidieaanvrager wordt schriftelijk hiervan op de hoogte gesteld. Eventueel teveel ontvangen subsidie zal van de subsidieaanvrager worden teruggevorderd.
**4..** Indien bij de start c.q. uitvoering van het woningbouwproject niet kan worden voldaan aan één of meerdere criteria zoals genoemd in artikel 7, dan stelt de subsidieaanvrager het college hiervan per direct schriftelijk op de hoogte. Hierbij geeft de subsidieaanvrager de redenen/oorzaken aan, vervolgstappen en mogelijke oplossingen. Op basis van deze informatie besluit het college over de mogelijke consequenties voor de subsidieverleningsbeschikking. Deze kunnen zijn het intrekken van de afgegeven subsidieverleningsbeschikking, het verlagen van het eerder verleende subsidiebedrag of het verlengen van de subsidietermijn voor het betreffende woningbouwproject. De subsidieaanvrager wordt binnen 13 weken schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit.
Artikel 11
Verplichtingen van de subsidieaanvrager
Onderdeel van Nadere beleidsregels voor de bouw van duurzame levensloopgeschikte woningen