De vergunning kan door het college worden ingetrokken
indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een
onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
bedoeld in artikel 15, derde lid van deze
verordening niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de
vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat
het belang van bescherming van het monument zwaarder
dient te wegen;
niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt
gemaakt.
De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden
aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 17
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006