Het college kan, al dan niet op verzoek van een
belanghebbende, een onroerende zaak aanwijzen als beschermd
gemeentelijk monument.
Een verzoek van een belanghebbende, als bedoeld in het
eerste lid van dit artikel, moet onderbouwd zijn.
Voordat het een besluit over de aanwijzing neemt, hoort het
college de monumentencommissie en de eigenaar. In
spoedeisende gevallen kan het horen achterwege blijven.
Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een
onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument bepalen
dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen
op grond van de Monumentenwet 1988 of de
Monumentenverordening van de provincie Gelderland.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 4
De aanwijzing
Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006