Het college kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid Awb, de subsidie lager vaststellen, als:
is gebleken, dat de subsidie aan andere activiteiten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd, dan wel verleend;
de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert;
de subsidieontvanger zichzelf bij besluit heeft, dan wel bij rechterlijk vonnis is geliquideerd of ontbonden;
bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan;
aan de subsidieontvanger surséance van betaling is verleend;
de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard.
Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval als vermeld in artikel 4:48, eerste lid Awb, of een geval als vermeld in het vierde lid van dit artikel voordoet.
Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen, vermeld in artikel 4:49, eerste lid Awb.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Subsidievaststelling, -intrekking en -wijziging
Onderdeel van Subsidieverordening duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden gemeente Overbetuwe 2008