Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze
verordening, een Starterslening toe te kennen.
Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien
verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20% bedraagt
van de verwervingskosten. De totale verwervingskosten kunnen niet
meer bedragen dan het maximale bedrag volgens de, op het moment van
offreren van de Starterslening, geldende actuele NHG normen.
De maximale hoogte van de starterslening bedraagt € 30.000,-.
Voor het toekennen van een starterslening geldt een drempelbedrag
van € 10.000,-.
De Starterslening kan niet worden verstrekt indien Koopsubsidie BEW+
een ander koopinstrument, (rente)kortings- of financiële regeling is
toegekend.
Het college wijst, zo nodig op advies van SVn, een aanvraag
Starterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere
koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die
strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van
aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker.
Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening moeten worden
verstrekt met NHG.
Het college kan aan de toekenning van Startersleningen nadere
voorschriften verbinden.
Het college is bevoegd de bedragen, genoemd in het derde en vierde
lid, aan te passen.