Het college controleert de rechtmatigheid van de uitkering tijdens en bij beëindiging van de uitkering op basis van risicosturing en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering, de wederzijdse verplichtingen en de afhandeling daarvan.
Het college stelt door middel van een controleplan nadere regels met betrekking tot deze controle vast, waaronder de wijze van risicosturing en de controleprocedures gelieerd aan het risicoprofiel.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 5
– Controle tijdens en na beëindiging van de bijstand
Onderdeel van Handhavingsverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2005