Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet SUWI heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd, welke wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid van de verordening wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag < € 1.000,00: 10% van de WIJ-norm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 20% van de WIJ-norm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 40% van de WIJ-nom gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag ≥ € 4.000,00: 100% van de WIJ-norm gedurende één maand.
In afwijking van het tweede lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, als de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid van de verordening.
Van een maatregel wordt afgezien:
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente
Onderdeel van Maatregelverordening Wet investeren in jongeren gemeente Overbetuwe 2009