Deze bepaling bevat de standaardmaatregelen voor de beide categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
De percentages waarmee de WIJ-norm wordt verlaagd, zijn gerelateerd aan die van de Maatregelverordening WWB 2007
Als binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging sprake is van een herhaling van de verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de maatregel. Met eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een maatregel, ook als de maatregel wegens dringende redenen niet is geëffectueerd. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de maatregel is opgelegd, bekend is gemaakt.
Een recidivemaatregel kan slechts één keer worden toegepast. Als belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom hetzelfde verwijtbaar gedrag vertoont, wordt door de WIJ aangestuurd op herziening en intrekking van het werkleeraanbod en daardoor ook van de inkomensvoorziening. Evenals de maatregel moet deze vervolgstap individueel worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkene.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
De hoogte en de duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Wet investeren in jongeren gemeente Overbetuwe 2009