Als de belanghebbende naar het oordeel van het college
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont voor de
voorziening in het bestaan of de uit de wet of de artikelen 28,
tweede lid, of 29, eerste lid van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende
verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen
het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt
overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op:
de ernst van de gedraging door de belanghebbende;
de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden
verweten; en
de omstandigheden waarin de belanghebbende
verkeert.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2007