De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende
kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
opleggen van de maatregel aan de belanghebbende bekend is
gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
bijstandsnorm.
In afwijking van het eerste lid, kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of
de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.
In afwijking van het eerste en tweede lid, kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd, als het niet mogelijk is
de maatregel op te leggen door middel van verlaging van de
uitkering in de eerstvolgende maand(en).
Als een maatregel niet kan worden opgelegd wegens beëindiging
van het recht op uitkering, kan de van toepassing zijnde
maatregel alsnog worden opgelegd, als aan belanghebbende binnen
een jaar na de einddatum van de uitkering opnieuw bijstand wordt
toegekend.
Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel
die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd,
wordt uiterlijk na 3 maanden, nadat deze ten uitvoer is gelegd,
heroverwogen.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2007