Naar hoofdinhoud

Artikel 11

- Bestrijding iepziekte

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Bergen 2003

1.. Dit artikel verstaat onder: iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) O Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsch) en Scolytus pygmaeus. 2.. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van bur gemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aan schrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze binnen drie weken te vellen; de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 3.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 4.. Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter; 5.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 6.. Een gedraging in strijd met een aanschrijving als bedoeld in het tweede lid is verboden.

Rechtspraak bij dit artikel