**1..** Dit artikel verstaat onder:
iepziekte: de aantasting van iepen
door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn.
Ceratocystis ulmi (Buism.) O Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk
ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus
(F.) en Scolytus multistriatus (Marsch) en Scolytus
pygmaeus.
**2..** Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van bur gemeester en wethouders gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
aan schrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze binnen drie weken te
vellen;
de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;
de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
voorkomen.
**3..** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad
te hebben of te vervoeren.
**4..** Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel
ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
centimeter;
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het
derde lid gestelde verbod.
**6..** Een gedraging in strijd met een aanschrijving als bedoeld in het tweede
lid is verboden.