De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats vinden zoals bedoelt in artikel 31 tweede lid onder o van de wet.
De vrijlating van inkomsten als bedoeld in lid 1 vindt plaats indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling en de betreffende activiteiten in een trajectplan zijn vastgesteld.
Hoofdstuk 4
Artikel 21
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2005