De volgende personen hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling:
de uitkeringsgerechtigde;
de Anw-er;
de Niet-uitkeringsgerechtigde;
de werknemer in de gesubsidieerde arbeid, die op de dag voorafgaande aan de invoering van de wet in deze gesubsidieerde arbeid werkzaam was;
de persoon als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet.
Het college doet een aanbod voor een traject dat past binnen de criteria die zijn gesteld in deze verordening, het in artikel 3 genoemde beleidsplan, de beleidsregels en de door het college nader gestelde regels.
Geen aanspraak op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de belanghebbende.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het inkomen en van niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Aanspraak op ondersteuning
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2005