Naar hoofdinhoud
De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, maar die kan aantonen dat hij redelijkerwijs hogere kosten van huur of hypotheeklasten heeft dan 15% van de gehuwdennorm. De mogelijkheid als genoemd in het tweede lid staat niet open voor ouders en niet ten laste komende kinderen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft en die niet aantoont dat zijn kosten van huur of hypotheeklasten voor deze woning redelijkerwijs meer bedragen dan 15% van de gehuwdennorm. Voor de toepassing van dit artikel worden verzorgingsbehoevenden en degene die een verzorgingsbehoevende verzorgt niet aangemerkt als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel